P1310344


Inleiding

In de Grote Kerk in Naarden bevinden zich op het gewelf van het middenschip in grote afmetingen 27 kerkschilderingen, die ooit met lijmverf op het blanke hout werden aangebracht.

De afbeeldingen stellen het Laatste Oordeel en taferelen uit het leven van Jezus voor. Hier tegenover vindt men tien voorstellingen uit het Oude Testament. P1310641

De voorstellingen zijn dus gebaseerd op scènes uit het Oude en Nieuwe Testament en waren grotendeels gebaseerd op houtsneden van Albrecht Dürer en werk van Jacob Cornelisz.

De balken, karbeels en stijlen beschilderde men in waterverf, met ornamenten, wapens en attributen. De taferelen, aangebracht hoog bovenin het kerkgebouw, waren gevat in sierlijk uitgevoerde randen met een laat-gotisch karakter.

Die kwam overeen met de gewelfschilderingen in de St. Laurenskerk te Alkmaar. Bij de meeste voorstellingen bevonden zich de wapens der gilden of van personen die ze oorspronkelijk hadden geschonken.  

Een schildering van een kerk van deze omvang kwam niet vaak voor in Nederland en het werk was, zeker gezien de ouderdom en de oorlogen die het meegemaakt had, zelfs voor de restauratie nog in redelijke staat te noemen.

Buys van Oostsanen

De 27 plafondschilderingen zijn waarschijnlijk in het begin van de zestiende eeuw gemaakt door een groep kunstenaars rond Jacob Cornelisz (Buys) van OostsanenMonogram van de schilder der gewelven

Van Oostsanen (1475-1533), geboren, zoals de naam reeds zegt in Oostzaan, vestigde zich in 1500 in Amsterdam en kocht daar, met een tussenpose van twintig jaar, twee huizen in de Kalverstraat.

In zijn werkplaats werden onder meer schilderijen, glasschilderingen en kerkgewaden vervaardigd. Daarnaast voerden Van Oostsanen en zijn medewerkers gewelfschilderingen uit in de grote kerken van Naarden, Alkmaar en Hoorn. Van Oostsanen overleed in 1533. 

Belang van de schilderingen

De datering van de schilderingen in de Grote Kerk in Naarden werd afgeleid van de gravenkroon. Op een van de afbeeldingen stond het wapen van Karel de Vijfde, die in 1519 tot keizer werd gekozen, waardoor de schilderingen dus eerder gedateerd moeten worden. Gedeelte van een gewelfbeschildering

De schilderingen vormden, volgens autoriteiten op dit gebied, de meest complete en ongeschonden serie op een tongewelf die in Nederland in een kerk overgeleverd was.  

Van de kerkschilderingen werden door de kunstschilder J.A. de Rijk, later professor aan het R.K. Seminarie "Hageveld", nauwkeurige en vrij uitvoerige tekeningen gemaakt, die op de tentoonstelling van Gooise oudheden in 1882 gehouden, te bezichtigen zijn geweest en overgenomen werden door de Hollandse Maatschappij van Vrije Kunsten en Wetenschappen.

Dat de schetsen op de tentoonstelling te zien waren was te danken aan de inspanningen van eerste luitenant-adjudant der artillerie, A.N.J. Fabius.  

Voorsteling van de afbeeldingen (algemeen)

Het gewelf der koorabside geeft, in figuren van twee of driemaal mensengrootte, het Laatste Oordeel weer. Dit is het slot van het geheel en het einde, waartoe alle andere voorstellingen voeren. 

Aan de noordzijde bevinden zich taferelen uit het leven der Zaligmakers:

  • De doodsangst des Heren in de Olijvenhof - David en de Olijfberg
  • Het verraad van Judas - kussen der mannen
  • De geseling van de Heer - kastijding
  • De spot der soldaten - beschimping van Elisa
  • De kruisdraging - Izaäk die het hout des offers op zijn schouders torst
  • De kruisiging  - Koperen slang in de woestijn
  • De graflegging - Jonas verslinding door een zeemonster
  • De verrijzenis - Simon die de poort van Gaza op zijn rug wegdroeg
  • De hemelvaart - Ten hemel opneming van de profeet Elias
  • De nederdaling van de H. Geest - Uitvaardiging der Tien Geboden op de Sinaï

Hier sluit zich het Laatste Oordeel direct bij aan. Tegenover deze tien taferelen staan, in even grote afmetingen, aan de andere, of oostzijde, tien voorstellingen uit het  Oude Testament, voorafbeeldingen van de hierboven genoemden. P1310622

Bij de meeste taferelen bevonden zich nog de wapens der gilden of van bijzondere personen die ze geschonken hadden. Bij sommige schilderingen werden patroonheiligen afgebeeld: Onze Lieve Vrouw, de apostelen Petrus en Paulus, St. George met de draak, St. Sebastiaan en St. Hubertus. 

Op een der balken der plafondschilderingen stond het volgende vers: "Als men 1618 geschreven sach. In Mei den 20ste dag, Doe werd dit geschreven hier. God beschermt deze kerk voor eenige dangier". 

Ten onrechte heeft men hierover gedacht dat dat de plafondschilderingen pas in 1618 zouden zijn voltooid maar het is wel mogelijk dat het versje van een bezoeker van de kerk was.  P1310105

Het koorpolygoon bestond uit vijf vakken. Deze hebben in de loop der eeuwen veel geleden door over- of bijschilderingen.

Op deze plaats werd het Laatste Oordeel voorgesteld. In het midden zat Christus, geflankeerd door bazuinende engelen.

Beneden kwamen de doden uit hun graven. Het noorderlijk polygoonvlak werd gevuld door een bijzonder fraai uitgevoerde engel, het zuidelijke door duivels en demonen. 

Traveeën (ruimten tussen twee vakken)

Eerste travee

De alhier aanwezige voorstellingen sloten zich aan bij de vorige. Aan de noordzijde werd de Hemel verbeeld als een rijke zuilenarchitectuur. Hier kwamen de mensen, grotendeels naakt, die uit hun graven verrezen waren en werden ontvangen door personen, gekleed in de gewaden der zestiende eeuw. Een liggend naakt zou Lazarus kunnen zijn, als toespeling op Lucas XVI.

Aan de zuidzijde werd de Hel voorgesteld door een fantastische architectuur, waarin allerlei monsters en duivels bezig waren de verdoemden te kwellen. 

Tweede travee

Aan de noordzijde werd het Pinksterfeest voorgesteld, terwijl aan de zuidzijde Mozes te zien was, die de wet ontving. 

Derde travee

Aan de noordzijde was de Hemelvaart van Christus geschilderd. Opmerkelijk was dat van de opstijgende figuur alleen de voeten zichtbaar waren. De Hemelvaart van Elia werd aan de zuidzijde weergegeven. Op de voorgrond ving Elisa Elia's mantel op (II Koningen II). 

Vierde travee

Het tafereel aan de noordzijde had in de omlijsting twee wapens, de voorstelling was Christus die het graf verliet, terwijl aan de andere kant Simon stond, die de deur der poort van Gaza op zijn schouders wegdroeg. 

Vijfde travee

Aan de noordzijde was de graflegging van Christus afgebeeld, terwijl aan de zuidzijde Jonas uit het schip geworpen en door de vis opgeslokt werd. Bij elke van deze taferelen waren twee wapens aangebracht. 

Zesde travee

Aan de noordzijde was de kruiziging van Christus en aan de zuidzijde de kolieren slang geschilderd. Ieder tafereel was van twee wapens voorzien. 

Zevende travee

De hier aanwezige taferelen, aan de noordzijde de kruisdraging van Christus, aan de zuidzijde de offerrande van Abraham voorstellende, onderscheidden zich door de bijzonder rijke omlijstingen. De noordelijke geeft aan de bovenzijde het wapen van Karel V te zien. Deze werd gedekt door een gravenkroon omdat in 1518 de Keizerskroon nog niet ingevoerd was. P1310746

Lager bevonden zich in het ornament de wapenschilden van St. Joris, van Holland en Naarden. Naast het middentafereel stond aan de westzijde een man met een valk in de hand, waaronder een zittende leeuw was geschilderd.

Aan de oostzijde zag men een geestelijke met een geopend boek in de hand, met een hert daaronder geplaatst. Geheel onderaan schoot een man, die van een achter hem staand paard afgestegen leek te zijn, op een wolf. 

In het ornament, dat het zuidelijke tafereel omgaf, stond het wapen van Jeruzalem, het Bourgondische Kruis met vuurslag en handbogen. Onderaan zag men Sint Sebastiaan, die aan een boom gebonden, door pijlen doorboord werd. 

Achtste travee

Ook hier werd een rijke omlijsting gemaakt. Aan de noordzijde was de bespotting van Christus en aan de zuidzijde werd Elisa door jongeren beschimpt, terwijl in de verte de beren reeds  naderden om hen te verslinden (II Koningen II).

Negende travee

Hier was aan de noordzijde de geseling van Christus het onderwerp. Aan de zuidzijde zag men vier mannen, aan een boom gebonden, gekastijd worden (Exodus V, vers XIV). 

Tiende travee

Aan de noordzijde was het verraad van Judas voorgesteld, terwijl aan de zuidzijde twee mannen elkander zoenen. 

Ieder tafereel werd door twee wapenschilden geflankeerd; aan de overzijde van het eerste waren drie vrouwelijke heiligen geplaatst. 

Elfde travee

Aan de noordzijde is de Hof van Getsemane afgebeeld; aan de zuidzijde misschien David, gaande over de Olijfberg (II Sam. XV). 

Restauratie

De tongewelfschilderingen werden meerdere malen gerestaureerd. Een der eerste pogingen vond aan het begin van de twintigste eeuw plaats. Hierbij werden echter fouten gemaakt. Zo zette men de contouren zo dik aan dat ze bij de latere restauratie, in de jaren zestig en zeventig, verwijderd moesten worden. Daarnaast hadden de werken te lijden gehad van de kolenkachels, waarmee men in vroegere tijden de kerk trachtte te verwarmen.  P1310776

Door de gassen van de kachels en de wisselende temperaturen in de kap van de kerk verkleurde de verf waarmee de schilderingen waren aangebracht. De mantel die Maria droeg was hierdoor van diepblauw naar groen verkleurd. 

De plafondschilderingen werden in de jaren zestig en zeventig grondig gerestaureerd, oorspronkelijk voor een bedrag van twee miljoen gulden. Het werk nam dertien jaar in beslag en kostte uiteindelijk ruim acht en een half miljoen gulden. In deze periode werd ook de toren van de Grote Kerk grondig onder handen genomen. 

Een en ander verliep niet zonder problemen. Restauratie van de schilderingen betekende dat de panelen, bestaande uit duizenden planken, stuk voor stuk en heel voorzichtig, naar beneden moesten worden gehaald. Daarnaast kwam in 1976 de hervatting van de uitvoering van de restauratie in gevaar indien niet snel nieuwe kredieten vanuit het Rijk ter beschikking kwamen. Intussen waren al acht van de 25 werkers aan de het restauratieproject bij gebrek aan fondsen ontslagen. 

Na de ingrijpende restauratie werden de plafondschilderingen op donderdag 30 november 1978 door Prinses Beatrix formeel in gebruik gesteld. Rijksadviseur voor conservering, de heer Lodewijks, claimde indertijd dat als er niets bijzonders zou gebeuren de panelen nu zeker een eeuw lang in goede staat zouden kunnen blijven. 


 

f t