P1370298

 


Familie

Theodoor Emile ter Kuile (Enschede, 19 september 1875 - Naarden, 4 april 1941) was de zoon van dr. Coenraad Pieter ter Kuile (1832-1912), arts, en Anna Maria Verburg (1836-1928). Zijn broer, Coenraad Pieter Frederik, was assistent-geneesheer (hij werd 39 jaar) aan het Sanatorium voor Longlijders in Hellendoorn). 

Ter Kuile trouwde in april 1904 met Engelbertha Auguste van Heek (1876-1960). Na echtscheiding (1905) hertrouwde hij begin 1910 met Magtilda Maria van Driel (1877-1910). Zij overleed op 32-jarige leeftijd in het kraambed en liet hem een zoon na.  

Opleiding en promotie

Ter Kuile volgde het gymnasium-b in Kampen. Hij studeerde vanaf 1895 geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en werd op 8 december 1900 door de geneeskundige commissie bevorderd tot arts.

Hij legde in 1902 zijn arts-examen af en promoveerde op 13 februari 1904 cum laude. Dat was op de dissertatie: "Over phasen, zwevingen en klankaard: bijdrage tot de physiologie van den gehoorzin". 

Vanaf 1902 hield Ter Kuile aan de Breestraat 15a in Enschede een artsenpraktijk (keel-, nees- en oor). Hij verhuisde in 1909 met zijn praktijk naar de Laan van Meerdevoort in Den Haag.

Loopbaan en nevenwerkzaamheden 

Ter Kuile werd in 1911 aangesteld als medisch adviseur van het tijdschrift "Het Gehoor", uitgegeven door de Vereniging tot Bevordering der Belangen van Slechthorenden. sjalala

In februari 1913 benoemde men hem tot tweede assistent aan het fysiologische laboratorium van professor G. van Rijnberk in Amsterdam. Datzelfde jaar werd hij toegelaten als privaat-docent  in de natuurkundige fysiologie (van de ziintuigen en stem) aan de universiteit van Amsterdam. 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1914, meldde Ter Kuile zich vrijwilliger bij het leger. Ten tijde van de demobilisatie had hij de rang van officier van gezondheid der eerste klasse bereikt.

Na de oorlog vestigde hij zich als keel- neus- en oorarts in Eindhoven. In deze periode was hij naast arts ook lid van het College van Curatoren van het Gemeente Lyceum in deze plaats.

In 1923 fungeerde hij als instructeur tijdens de Hygiëne-Tentoonstelling van het Nederlandse Rode Kruis. Hij was deelnemend specialist aan de Maatschappij Ziekenfonds Eindhoven. In 1926 nam hij deel aan een geneeskundig onderzoek van ambtenaren in Noord-Brabant. 

Na zijn pensionering (omstreeks 1939) vestigde Ter Kuile zich in Naarden. Hij overleed aldaar op 65-jarige leeftijd en werd begraven op de Oude Begraafplaats in Naarden.  Zijn enige zoon werd later in het graf bijgezet. 

Ter Kuile schreef onder meer de volgende artikelen en een brochure

  • 1904. "Over phasen, zwevingen en klankaard: bijdrage tot de physiologie van den gehoorzin" (dissertatie);
  • 1906. "De universitaire wetenschappelijke studie" (brochure). Hierin betoogde Ter Kuile dat er zeer veel aan het geneeskundige onderwijs ontbrak en het genezen van ziekte mensen onvoldoende bereikt werd;
  • 1908. Tijdschrift voor Wijsbegeerte. "Over het psychologisch wezen der ruimtevoorstelling";
  • 1910. Het Gehoor. "Over de invloed van sterke geluiden op het gehoororgaan"; 
  • 1913. Ons Maandblad, orgaan van de Verenging tot Behartiging van de Belangen van Slechthorenden. "Medische voorlichting". 
f t