10155533 515987751889476 7869675002790008321 n

Geschiedenis

Bij Koninklijk Besluit van 18 mei 1825 werd het verboden overledenen binnen de bebouwde kom of in kerken te begraven.

De Provinciale Staten van Noord-Holland gaven in 1827 de Gemeente Naarden de opdracht een kerkhof buiten de stad aan te leggen.

Nu kocht men voor 560 gulden een bosperceel groot 1.5 hectare.

Aangezien de begraafplaats buiten de schootsvelden van Naarden moest liggen werd de dodenakker op het grondgebied van Bussum aangelegd op de Amersfoortse Straatweg.

In 1830 begon men met de aanleg van een toegangshek, bestaande uit twee bakstenen pijlers met een natuurstenen bekroning.

Vervolgens bouwde men het zogenaamde baarhuisje, dat later vervangen werd door een ander exemplaar. De begraafplaats, in de vorm van een Latijnse kruis, werd verdeeld in twee grafvelden, een voor de Hervormde GemToegangpoort oude begraagplaats naardeneenschap en een voor mensen uit de Katholieke Kerk.

De noordwesthoek van de dodenakker was gereserveerd voor Joodse ingezetenen en kreeg een eigen toegangspoort. Tot 1873, toen Bussum een eigen begraafplaats kreeg, vonden ook Bussummers op de Oude Begraafplaats in Naarden hun laatste rustplaats.

Bekende namen

Op de begraafplaats staan veel linden en larixen en. Het Joodse gedeelte is van de rest afgescheiden door een meidoornhaag. Op de dodenakker liggen de stoffelijke resten van een grote verscheidenheid aan Bussumse en Naardense inwoners.  Onder hen maar niet uitsluitend:

 

 

Zie ook


f t