Herman Bierman 1

Jonge jaren 

Herman Bierman (Bussum, 8 juni 1926) was de zoon van de schilder Petrus Bernardus Antonius Bierman en Richarda van Kruijswijk. Hij bezocht de lagere school en de ambachtsschool en volgde tijdens de Tweede Wereldoorlog tekenlessen aan de avondschool.

Op zijn zestiende ging hij werken bij een schildersbedrijf, eigendom van de broer van zijn moeder. Hij werd op 7 september 1946 opgeroepen voor de dienst. Bierman werd gelegerd in de Van Essenkazerne in Ede, waar hij een tropenopleiding in de sneeuw op de hei kreeg.

Na afloop van de training werden hij en de rest van de manschappen op 8 mei 1947 ingescheept op de Johan van Oldenbarnevelt, die hen naar Nederlands-Indië transporteerde. Het schip bereikte op 5 juni Tandjong Priok, vanwaar de manschappen (3-12 RVA) met legervoertuigen naar Badjoejadjar gebracht en ondergebracht in een kazerne werden.

Activiteiten in Nederlands-Indië

In Nederlands-Indië nam Bierman na enkele maanden, bij de F. Batterij (3-12 RVA, onderdeel A3 veld van het KNIL) deel aan de Eerste Politionele Actie en werd hij ingezet om de rust te herstellen. Toen deze campagne in november 1947 afgelopen was werd hij teruggeplaatst bij zijn oude onderdeel. Op 19 november vielen de eerste doden bij de infanterie in de buurt toen een patrouille werd beschoten, waarbij drie strijdmakkers de dood vonden.

Op 24 november 1947 verhuisde de troep naar Thilimoes, waar een nieuw bivak betrokken werd. Bierman nam deel (9 december) aan een tocht naar Cheribon en was actief tijdens de mortieraanval van de vijand op het kamp van 2-8 RI (11 december), waarbHerman Bierman 4ij een TNI sergeant gevangen genomen werd.  Vlak voor kerst 1947 sneuvelden opperwachtmeester Horsman en korporaal Van de Wielen, waardoor de stemming zeer gedrukt raakte. Een tweede wachtmeester raakte zwaar gewond.

Strijd tegen de vijand en tegen besmettelijke ziektes

Dat jaar bleef het onrustig; zo werd er een voertuig met manschappen van het  2-13 RI, die op weg was naar de Nachtmis, beschoten, waarbij alle inzittenden gewond raakten. De Hoogmis, op 28 december, werd afgelast omdat er door een beschieting weer vier gewonden vielen en ook 1948 zette in met diverse aanvallen van de vijand op het Nederlandse bivak. 

Bierman hield zich naast zijn wachtdiensten in 1948 vooral bezig met het instellen en schoonmaken van de radiotoestellen en het uitleggen van telefoonlijnen. Verschillende ziektes teisterden de manschappen, met name malaria, dysenterie en tyfus, waaraan meerdere soldaten (tyfus) overleden. Aan het einde van het jaar 1948 werd de status quolijn van kracht, waarop diverse incidenten volgden. Met name de voortdurende beschietingen en opgeblazen bruggen zorgden voor veel hinder.

Activiteiten tijdens de handhaving van de status quolijn

December 1948 was een maand van voortdurende activiteit. Vaak moesten de manschappen de gehele nacht in de stromende regen in stelling staan waarbij over en weer stHerman Bierman 18eeds gevuurd werd. In de nacht van de 29ste december verloren vier jongens het leven toen hun motorvoertuig op een mijn liep. Als reactie hierop werden Bierman en zijn makkers op patrouille gestuurd, waarbij in de kampongs vele slagwapens gevonden en in beslag genomen werden. Dezelfde dag nog vond de begrafenis van de gesneuvelden plaats en werd de laatste eer bewezen.

Het jaar 1949 beloofde geen rustige tijd; er werden spionnen gearresteerd en deelgenomen aan de actie in Pati en Koedoes (januari 1949). Bierman kreeg een andere standplaats, namelijk Ambarawa, waar hij met name werd ingezet voor de aanleg van telefoonlijnen. De eerste maart 1948 bestond de afdeling van Bierman twee jaar, werden de manschappen toegesproken door de majoor en kregen de Orde van Rust en Vrede uitgereikt. De 27ste maart vond er weer een ernstig incident plaats, toen de soldaten Gerard Alders en Herman de Ul zwaar gewond raakten doordat zij beschoten werden toen zij in convooi reden.

Acties in en rond Klaten

In de loop van 1949 werd Bierman overgeplaatst naar Klaten, waar het zeer onrustig was; zo werd hij beschoten toen hij in een pantserwagen als brenschutter fungeerde en waren er doorlopend acties. In de nacht van 19 op 20 mei had hij wachtdienst, toen de vijand een aanval deed en er van beide kanten zwaar werd gevuurd. De 24ste mei reed een brencarrier van de infanterie op een trekbom; door het zHerman Bierman 25ware geschut van de vijand was het eerst onmogelijk om dicht bij de plek des onheils te komen. Toen dit eindelijk gelukte bleek dat er drie doden en zes gewonden waren gevallen.  

De dag daarop liep er weer een een auto van de infanterie op een bom, waarbij vier gewonden vielen en ook de daarop volgende dag (de 25ste mei) vielen zestien gewonden door een trekbom. Tijdens een actie werden wel 12 geweren en een pistool op de vijand buitgemaakt. Het bleef echter onrustig want de 28ste mei liep een auto van Biermans eigen eenheid op een trekbom, waarbij twee soldaten gewond raakten, van wie er later een overleed. In deze tijd werden er door de TNI aanpakbiljetten verspreid waarop stond dat Klaten op 5 juni weer in handen van de TNI diende te zijn en werd gesteld dat er een prijs van 15 cent op het hoofd van iedere Nederlandse soldaat was gezet.

Verdere acties in 1949

Bierman ging diverse keren als brenschutter mee op patrouilles, waarbij dikwijls hevige strijd moest worden geleverd met de vijand. De vijftiende juli ging hij met een pantserwagen mee om de OR ploeg weg te brengen; onderweg werd zijn kapitein, Fontijne, even buiten Klaten door een kogel in de nek getroffen. Herman Bierman 23Bierman nam zijn commando over en wist de gewonde, samen met zijn collega's veilig naar het kamp terug te brengen. Aldaar werd de kapitein in het kamp bij de hospik afgezet en vervangen door een luitenant, die het commando op zich nam.

Ook in augustus duurde het hevige vuurgeweld voort, werden bruggen door de vijand gesaboteerd en was Bierman diverse malen aan hevige kogelregels blootgesteld. De zestiende augustus reed weer een auto op een trekbom, waarbij twee doden en zes gewonden vielen.

Op 10 september werd Bierman  overgeplaatst van Klaten naar Oegaran; aldaar werd het, met de naderende mobilisatie, een stuk rustiger en bracht hij zijn tijd vooral met kisten schilderen door.

Bierman scheepte zich op 11 maart 1950 op de Fear Sea in om de terugreis naar het Vaderland te aanvaarden. Eenmaal terug in Nederland trouwde hij. Het echtpaar kreeg vijf kinderen en Bierman ging weer aan het werk bij zijn eerdere baas. In 1960 begon hij een eigen schildersbedrijf in Bussum, waarmee hij na 25 jaar, in 1985, stopte.

Sindsdien is Bierman actief geweest in het vrijwilligerswerk, waaronder voor de Historische Kring. Daarnaast was hij penningmeester van een jeugdvereniging, penningmeester van de schilderspatroonsbond en vele andere zaken.  Voor deze verrichtingen werd hij benoemd tot lid in de Orde van Oranje Nassau. Bierman is bestuurslid van de Stichting Veteranen Naardermeer.


Bronvermelding

f t