Gerard van der Lee

 Zie ook: Fotoalbum tekeningen Militaire voertuigen, Fotoalbum tekeningen Nederlands-Indië, Lees hier over de behandeling van Indië-veteranen. Zie ook de karikatuurtekeningen van 200 jaar Huzaren van Boreel van de hand van Van der Lee. Zie ook Dwangarbeid, geschreven door Van der Lee en Zinvol geweld, over zijn tijd in Nederlands-Indië en de foto's van de Politionele Acties.

 

 

 

 

 

 

 

Jeugdjaren tijdens de Tweede Wereldoorlog

Het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog

Trektocht door Duitsland

Tewerk gesteld in Kronenburg

Tochten door Duitsland

De bevrijding

Na de oorlog

Activiteiten in Nederlands-Indië

Diverse acties

Zwarte dagen

Drukke werkzaamheden en vele incidenten

Latere verrichtingen en transporten

Latere werkzaamheden

Na-oorlogse functies als officier

Tenslotte

Zie ook


Jeugdjaren tijdens de Tweede Wereldoorlog

Gerard van der Lee (Rotterdam-West, 26 juni 1927) bracht zijn jeugdjaren door in Rotterdam, waar zijn vader ten tijde van de grote crisis een woning- en stoffeerderijbedrijf begon, nadat het bedrijf waar hij werkte had moeten sluiten. Van der Lee junior volgde vanaf september 1939 de HBS. Toen hij de tiende mei 1940 bij dit gebouw aankwam meldde de leraar Frans zijn leerlingen dat de school tot nader order geVerkenners winter 39 op 40sloten was. Thuis gekomen mopperde de moeder van Van der Lee dat "de scholen van tegenwoordig ook om niets de leerlingen vrijgaven".

Op 14 mei 1940 werd Rotterdam door de Duitsers gebombardeerd, maar de wijk Rotterdam-West, waar Van der Lee woonde, werd (toen) niet getroffen. Aan het einde van de middag volgde het bericht dat Nederland had moeten capituleren en de volgende dag gingen Van der Lee en zijn vader naar het centrum van de stad om de grootouders en andere familieleden te gaan zoeken.  Zij zagen Duitse colonnes de bruggen oversteken om richting Den Haag te marcheren. Eind mei opende de school weer haar poorten en hernam het leven een onder die omstandigheden min of meer normale loop.

Het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog

Allengs werden de rantsoenen echter krapper, de Duitse maatregelen steeds strenger en steeds meer Joden afgevoerd. Op 31 maart 1943 werd Rotterdam weer geboSt Laurenskerk in Rotterdammbardeerd, ditmaal door de US-Airforce, waarbij niet het doelwit, de havens, maar een woonwijk, Tussendijken, waar ook Van der Lee woonde, getroffen werd.  Het huis waar het gezin Van der Lee woonde kreeg een voltreffer, waarbij de moeder van Van der Lee licht gewond raakte. De familie had geluk gehad want in de rest van de wijk waren vele doden gevallen.

Op 5 juni 1944 begon de invasie en in diezelfde maand slaagde Van der Lee voor zijn eindexamen. Op 10 november hielden de Duitsers een razzia in Rotterdam en werd bekend gemaakt dat alle mannen in de leeftijd van 17 tot en met 40 jaar zich de dag daarop volgend dienden te melden ten behoeve van de arbeidsinzet. Van der Lee en zijn aanstaande zwager verstopten zich op zolder, werden echter direct gevonden en afgevoerd. In totaal werden zo ca. 53.000 Rotterdams mannen opgepakt.

Trektocht door Duitsland

Van der Lee en zijn zwager moesten in een grote colonne via de Maastunnel naar het Feijenoordstation lopen, waar zij in groepen van ongeveer 50 man in veewagens werden gedreven. De trein reed via tussenstops in onder meer Haarlem, Amsterdam en WeespBarre winter in Duitsland naar het Ruhrgebied, vanwaar de reis zich voortzette naar Keulen en verder. Uiteindelijk mochten de onvrijwillige passagiers na vijf dagen en nachten in Euskirchen de trein verlaten, waar zij alleen op een perron werden achtergelaten en toen maar de eerst komende trein pakten.

Tijdens de tweede stop, te Kall, werd, als bij afspraak, de trein weer verlaten en zocht de zwager van Van der Lee, samen met twee politieagenten, een Ortscommandant op, die de groep naar een barak stuurde. Van daar werden de gevangenen de volgende dag verder getransporteerd naar Schleiden en aldaar in een koude barak opgesloten.  De 19de november werd men in een bus geladen en naar Kronenburg gevoerd.

Tewerk gesteld in Kronenburg

Kronenburg lag indertijd slechts enkele kilometers van het front verwijderd. De mannen werden er te werk gesteld aan de Siegfriedlinie, waar zij aan een loopgraaf moesten werPlaats van de loopgraafken.  Een der bewakers, een onderwijzer uit Hannover, leerde Van der Lee hoe hij vogels kon herkennen en zo maakte deze voor het eerst kennis met een Winterkoninkje. In de loop der tijd werd de behandeling van de groep van 50 Nederlandse mannen steeds slechter en nam de dreiging der oorlog meer en meer toe.

In de nacht van 15 op 16 december begon de Duitse artillerie de nabijgelegen stelling der Amerikanen te bombarderen. De troep mannen behoefde die dag niet aan het werk aan de weg omdat die vrijgehouden diende te worden voor het Ardennenoffensief. Langs deze weg ging de Noordelijke colonne “Peiper” ten aanval. Een paar dagen voor kerstmis werden  Van der Lee en de rest van de troep ingekwartierd in de Hermann Göring Kunstschule, die richting Kronenburg gelegen en verlaten was. Omstreeks Kerst moest de groep mannen, tijdens een bitter koude periode, op het grote spooremplacement in Jünkeradt 's nachts bomtrechters vullen.

Tochten door Duitsland

Toen de dooi inzette veranderde het werk en werd een der taken het graven van afvoergeulen voor het smeltwater. Begin februari werd Van der Lee, die inmiddels aan geelzucht leed, opgenomen in een verbandpost. Op dinsdag 6 februari vertrok de gIn de oorlogrote groep Rotterdammers, onder leiding van een NSB'er die tot hun groep behoorde, richting Nederland. De NSB'er bezat een Reisebefehl en beloofde de anderen hen naar Rotterdam terug te brengen. Van der Lee kon door ziekte geen grote afstanden te voet afleggen. Hij en drie anderen gingen nu liften met het terugtrekkende Duitse leger. In Blankenheim kwamen zij bij een groot Lager, vanwaar de groep, onder voortdurende luchtaanvallen, verder per halfrups vervoerd werd naar Euskirchen.

Van hieruit trokken Van der Lee en zijn vrienden naar Keulen, dat volledig platgebombardeerd was. Aldaar werden zij weer gelegerd in een Lager ten Oosten van de Rijn en onder meer te werk gesteld in volkstuintjes, waar zij loopgraven moesten maken. Na een tijdje moesten zij  naar Lager Stollwerk, oorspronkelijk een chocoladefabriek,  (maart 1945). Daar bleef men niet lang want door een zeer zwaar geallieerd bombardement gedwongen werd al snel verhuisd naar een Hochbunker elders in de stad. Vandaar dook het groepje, dat intussen uit drie man bestond, onder in een Tiefkeller, waar zij de tijd tot de bevrijding doorbrachten.

De bevrijding

Van der Lee en zijn vrienden brachten zichzelf vlak na de bevrijding onder in het Ursulinen Hospital. Rond 20 april was de repatriëring geregeld, kwam een grote GMC drieasser voorrijden en vertrok de troep richting Brauweiler (een voormalig Gestapokamp), waar leden van de Binnenlandse Strijdkrachten, niet alKeulen 1945 te vriendelijk, een inspectie deden en waar de troep werd ontluisd. In de avond van een aantal dagen daarop kwam men te Vaals in Nederland terug en werd door de mannen spontaan het Wilhelmus gezongen.

Om 12.00 's nachts reed de colonne Maastricht binnen, waar overnacht werd in een school en registratie plaatsvond. Van der Lee en zijn zwager trokken van hier naar een oom, die in Eindhoven woonde. Op 4 juni 1945 reden Van der Lee en zwager vanuit Eindhoven naar Nijmegen, waar zij overstapten op legertrucks, die via het kapotgeschoten  Arnhem naar  Kamp Amersfoort reden, dat heringericht was. Voor de nacht viel konden zij vandaar met een particuliere vrachtauto naar Rotterdam liften.

Na de oorlog

Van der Lee kreeg een baan op de administratie bij de afdeling "Leerplicht" van de Gemeente Rotterdam en werd na korte tijd opgeroepen voor de militaire keuring. Tijdens het gesprek vroeg de plaatsingsofficier welke functie Van der Lee wilde vervHr Ms Waterman2ullen en deze maakte kenbaar dat hij motorordonnans wilde worden, waarop de plaatsingsofficier antwoordde: "jij kan tekenen en daarom lijkt mij voor jou een plaats bij de Verkenners wel geschikt". Van der Lee moest zich op 17 november 1947 melden bij het Regiment Huzaren van Boreel te Apeldoorn, waar hij al snel begon met een stripverhaal, "Huzarensalade", in een pelotonskrantje.

Na verloop van tijd kreeg Van der Lee een uitnodiging om deel te nemen aan een test voor de S.R.O.C. training (Opleiding Reserve Officieren Cavalerie). Later volgde het bevel zich te melden bij S.R.O.C. Willem III kazerne te Amersfoort, waar hij op 29 januari 1948 met zijn opleiding begon. Op 1 december 1948 diende hij zich te melden in een oude kazerne te Schoonhoven en in te schepen op Hr. Ms. Waterman. Met dit schip vertrok hij aldus naar Nederlands-Indië, waar hij op zondag 25 december te Tandjong Priok aankwam.

Activiteiten in Nederlands-Indië

Van der Lee werd te Tjilitan in een kazerne gelegerd, waar hij op dinsdag 28 december bericht krijgt dat hij naar Bandoeng moet vertrekken.  Pas op 4 januari volgen nieOp een trekbom geredenuwe orders, namelijk dat Van der Lee was ingedeeld bij het Tweede Regiment Huzaren van Boreel op Oost-Java. Toen kwam het bericht dat hij naar Batavia moest vertrekken, om van daar per Plancius verder te reizen naar Soerabaja. Aldaar hoorde Van der Lee dat zijn uiteindelijke bestemming het derde eskadron, tweede afdeling Huzaren van Boreel  te Madioen was. Dit eskadron stond onder commando van majoor Hollertt. Van der Lee en de andere nieuw aangekomen kregen een stengun en werden gelegerd in het leegstaande "paleis" van de regent van Madioen.

De dag daarop werd Van der Lee meegestuurd met een patrouille van ongeveer 30 man oorlogsvrijwilligers, die onder commando stond van luitenant Rob de Cleen. De 30ste januari volgde een grotere ("sweep") actie ten zuidoosten van Madioen en in de tijd die volgde nam Van der Lee aan diverse andere acties deel. Hierna was hij, als piket, een week verantwoordelijk voor de veiligheid van de kampementen te Madioen en ook daarna ging hij vrijwel dagelijks met een of andere actie mee.

Diverse acties

Op 8 februari nam Van der Lee deel aan de actie van het eerste peloton. De tocht leidde naar het djatibos bij Nandjoek, een streek die berucht was om de hinderlagen die daar gelegd werden. Aldaar zag hij bijtijds een ingegraven artilleriegranaat en wist men het gebiConvooi naar Madioened, ondanks vuur van de vijand, te schonen van diverse obstakels. Op 10 februari kreeg Van der Lee voor het eerst de leiding over een aantal acties. 's Ochtends moest hij twee 15 CWT's naar Maospatti, het vliegveld bij Madioen, om de generaal op te halen, om die na zijn bespreking met majoor Hollertt weer terug te brengen. Diezelfde middag ging hij met het halve mortierpeloton, versterkt met 20 jagers, naar de krachtcentrale om assistentie te verlenen en slachtoffers op te halen.

De dag daarop volgde een grote actie, die onder leiding stond van luitenant de Cleen. De tocht ging naar het Wilisgebergte, waar een groep burgers, waaronder de regent van Madioen, gevangen zouden worden gehouden. Zowel op de heenreis door het oerwoud als op de terugweg stonden de troepen onder vuur van de vijand. De gevangenen konden echter worden bevrijd en de staf van het betreffende TNI bataljon gevangen genomen worden. In de tijd van 3 maart tot 3 april 1949 was Van der Lee eveneens voortdurend actief tijdens diverse acties. De troepen probeerden steeds weer het gebied uit te breiden, zodat rust en orde konden worden hersteld. Daarnaast werd hard gewerkt aan de wederopbouw, verbetering van de voedselsituatie en de kleding van de bevolking.

Zwarte dagen

De achttiende maart kwam het bericht dat er vier manschappen van het tweede peloton gesneuveld waren door het ontploffen van een trekbom, die zij onschadelijk aan het makeBegrafenis van vier makkersn waren. Majoor Hollertt vroeg aan Van der Lee, die ze niet persoonlijk gekend had, de militaire begrafenis te Madioen te regelen. De doden waren: Wachtmeester Lindeman, Korporaal Moesker, Huzaar Slabbekoorn en Huzaar Oosterholt.

De vierde april 1949 vertrok Van der Lee in konvooi met een jeep met ritmeester Bosschieter, die overgeplaatst was naar het 8ste Eskadron, toen een der 3/4 tonners van het 4-4 Regiment Jagers bij Kampong Bogor op een bom reed, waarbij zes doden en een zwaar gewonde vielen. Te Djombang, midden in  het actiegebied, werd hij benoemd tot commandant van het mortierpeloton. In dit gebied was het bataljon 4-4 Regiment Jagers gelegen, die het gebied van Modjokerto tot vlak voor Madioen moest controleren. Verder  lagen er in aanpalende gebieden  nog een bataljon Grenadiers, een bataljon van de Irene-Brigade en twee compagnieën van het KNIL. Het Eskadron Huzaren van Boreel diende hen in hun werk te ondersteunen.

Drukke werkzaamheden en vele incidenten

De taken in deze tijd bestonden onder meer uit: wegen verkennen, vrijmaken, konvooien begeleiden, posten in nood te hulp schieten en gewonden vervoeren. Het mortierbataljon werd ingedeeld bij het bataljon Jagers, met in Djombang de bataljoMajoor Hollerttnsstaf. Ieder dag begon met een minesweep, waarbij de weg op (trek) bommen gecontroleerd werd en waarbij verschillende keren incidenten plaatsvonden.  Van der Lee werd op 1 mei bevorderd tot tweede luitenant.

De 16de mei vond een zeer ernstig incident plaats. Tijdens een minesweep vanuit Ngandjoek ontplofte een trekbom, waardoor Jan Vendrig, de brenschutter,  die in de laadbak van dezelfde auto zat als Van der Lee, zeer zwaar gewond raakte. Eenmaal terug in Ngandjoek overleed Vendrig aan zijn verwondingen. Direct daarop moesten de manschappen deelnemen aan een volgende actie. Tijdens de laatste dagen van mei 1949 vroeg majoor Hollertt Van der Lee het commando van het eerste peloton (dat de taak van het mortierbataljon de derde juni zou overnemen) op zich te nemen.

Latere verrichtingen en transporten 

De taken van het eerste peloton waren hetzelfde als die van het Mortierbataljon, namelijk wegsweepen, begeleidingen, ondersteuning en patrouilles. Van der Lee werkte vaak Ergens onderwegvolgens het principe "Er zijn zoveel tegenstanders. Die kunnen wij niet allemaal gevangen nemen of doodschieten. Wij moeten ze intimideren, bangmaken en wegjagen. Als het kan hun wapentuig afhandig maken. Dingen doen die ze niet verwachten. Zorgen dat ze onzeker worden. Zoveel mogelijk onze baret gaan dragen. Daar zijn de huzaren. Daar moet je voor uitkijken. Liever een straatje omlopen."

Half juli werden Van der Lee en zijn eerste peloton overgeplaatst naar het gebied rond Malang. Aldaar kreeg hij een keer tot taak 336 gevangenen per vrachtauto over te brengen van een interneringskamp in de buurt van Malang naar een rehabilitatiekamp bij Bandjoewangi. Met het debacle van 1947, waarbij een groot aantal gevangenen omkwam tijdens een transport, in het achterhoofd, was dit een beladen taak maar alles verliep rustig en geordend. Niet lang hierna werden Van der Lee en zijn manschappen overgeplaatst naar Gondanglegi.

Latere werkzaamheden

Eind augustus, begin september kreeg Van der Lee van majoor Hollertt opdracht weer het commando op zich te nemen van het Mortierpeloton, nu gelegerd te Malang. Daarnaast werd hij benoemd tot: "Pantsercommandant" Malang en diende hij als er onraad was Onderweg 2met een tank uit te rukken. Op 2 december 1949 vond eindelijk de beëdiging van van der Lee tot tweede luitenant te Malang plaats en naderde de souvereiniteitsoverdracht (27 december 1949). Op 31 januari 1950 werd hij bij de Militaire Politie te Soerbaja geplaatst. Aldaar werd hij verantwoordelijk gesteld voor het beheer van het voertuigenpark en de dienstindeling van de wagens.

Na een incident werd Van der Lee overgeplaatst naar een kamp in Soerabaja, waar hij benoemd werd tot commandant motortransport. Op 15 juni 1950 vertrok hij uiteindelijk per het Amerikaanse schip Generaal Langfitt naar Nederland. Aldaar kreeg hij geen studiebeurs omdat hij al die tijd (dat hij tewerk gesteld was in Duitsland en in Nederlands-Indië zijn dienstplicht had vervuld) niet was gaan studeren.

Begin november begon Van der Lee bij een klein Cargadoors- en Stuwadoorsbedrijf, gevestigd aan de Parklaan te Rotterdam, aan zijn eerste na-Indië baan.

Na-oorlogse functies als officier

  • 11 juli 1950. Eervol ontheven en teruggekeerd tot de rang van kornet met ingang van 4 november 1950
  • Bij Koninklijk Besluit van 25 november 1950 nummer 42 tijdelijk gehandhaafd in de rang en ouderdZe kenne me allemaal de boom in2om van reserve tweede luitenant, te rekenenen van 1 oktober 1950
  • Groot verlof met ingang van 4 november 1950
  • Met ingang van 4 november 1950: behoort tot het reservepersoneel der Landmacht voor de tijd bedoeld in artikel 41 derde lid der dienstplichtwet
  • Met ingang van 13 maart 1951 overgeplaatst bij het Regiment Huzaren Prins Alexander
  • Bij Koninklijk Besluit van 9 januari 1952 nummer 27 benoemd en aangesteld als reserve tweede luitenant bij het Regiment Huzaren Prins Alexander, met ingang van 1 januari 1952
  • Met ingang van 1 januari 1954 benoemd tot reserve eerste luitenant (Koninklijk Besluit van 7 oktober 1953 nummer 16)
  • Met ingang van 22 oktober 1954: Groot Verlof
  • Met ingang van 1 mei 1955: bij Koninklijk Besluit van 1 maart 1955 nummer 23 eervol ontslagen uit de militaire dienst, met toepassing van het bepaalde in artikel 49, sub 7de,  en 51 der Wet voor het reservepersoneel der Krijgsmacht. 

Tenslotte

Van der Lee zag in 1998 een bericht in de krant over een reünie van alle SROC's in verband met het beëindigen van de opleiding tot reserve-officier. Aldaar ontmoette hij 7 van de oorspronkelijk 25 vrienden van SROC Blauw 1948. Via hen kwam hij in contact met het derde eskadron, en diens toenmalige commandant, dan generaal, Hollertt.  Van der Lee was en is tegenwoordig actief binnen diverse reünie-commissies.

Daarnaast probeert hij tijdens ontmoetingen jonge en oude veteranen samen te brengen zodat men onderling ervaringen kan uitwisselen, er wederzijds begrip ontstaat en de ouderen de jongeren kunnen ondersteunen met hun kennis. Tenslotte zei Van der Lee: We moeten meer doen dan onze eigen wonden likken en de jongeren helpen op een betere weg dan wij zelf hebben gekregen.


Zie ook


f t