HoofdingangVroege geschiedenis

Crailo (ook wel geschreven als Craylo of Craailo) was oorspronkelijk de benaming voor een landgoed dat gelegen was in de nabijheid van de latere legerplaats Crailo.

Dit landgoed was aan het einde van de negentiende eeuw in twee buitenplaatsen verdeeld, Noord-Crailo en Zuid-Crailo.

 De buitenplaats, althans Noord-Crailo, was vanaf  ongeveer 1821 het eigendom van Arend Rooseboom,  ridder in de Militaire Willemsorde voor zijn activiteiten tijdens het Beleg van Naarden en later commissionair in effecten en burgemeester van Huizen.  

Zuid-Crailo was gedurende enige tijd in het bezit van mr. H.C.  Hooft Graafland, Raadsheer van het Provinciaal Gerechtshof in Amsterdam en lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland.

Militair terrein

Bij aanschrijving van de Minister van Oorlog van 13 juni 1844, nummer 4-a, afdeling der Genie, vond de eerste vaststelling der militaire gronden, waarop de latere legerplaats werd gebouwd,  plaats. Eerste kapitein en eerst aangewezen ingenieur P.M. van der KAppelplaats legerplaatsemp en tweede luitenant ingenieur O. van Wassenaar van Catwijck legden onder dagtekening van 12 november 1847 de grenzen van de Rijks Militaire Gronden gelegen in en bij de Vesting Naarden vast.

In de vierde afdeling van dit stuk stond in het hoofdstuk Grenzen der buiten de Vesting afgezonderd gelegen Rijks Militaire Gronden: "Heidegrond bestemd voor exercitieveld", waarna in het document globaal de lokatie te Crailo werd aangegeven.

Op 16 februari 1889 werd een contract met de Gemeente Nieuwer-Amstel gesloten voor de aanleg van een telefoonleidingcrailo legerplaats 002 en op 5 augustus 1892 voor een bronwatervoorziening. Dat de legerplaats nu meer permanent in gebruik was gesteld had te maken met de wijziging van de militaire organisatie in 1879, waarbij een veldleger met een sterkte van drie divisies werd opgericht.

In het Recueil Militair van 1879 sprak men over najaarsoefeningen, gehouden in september 1879, waarbij drie veldbataljons van 7 RI (in garnizoen in Amsterdam) en 8 RI een kamp op de heide in Bussum hadden betrokken. Vanaf dit moment kende het legerterrein een permanente bezetting.

Zowel bataljons van 7 RI als het Regiment Grenadiers en Jagers (4, 9 en 10 RI) en eskadrons van het Eerste Regiment Huzaren, batterijen van het Tweede Regiment Veldartillerie, de Koloniale Reserve en eenheden van het Korps Genietroepen betrokken nu afwisselend de legerplaats.

De legerplaats in de twintigste eeuw

In september 1909 reisde de staf van 1 en 2 9 RI, dan in garnizoen te Leeuwarden, naar de legerplaats Crailo af en na de legeruitbreiding in 1913 betrok de Tiende Brigade deze lokatie. Ook de Koninklijke Nederlandse Weerbaarheids Vereniging maakte in deze tijd kantin3gebruik van het bestaande tentenkamp.

Als gevolg van de mobilisatie in 1914 en het daarmee samengaande kazernetekort werden in oktober 1915, onder leiding van de eerst aangewezen ingenieur in Naarden kapitein F.A. Vaillant, houten barakken gebouwd voor drie bataljons van vier compagnieën. Daarnaast richtte men bataljonkeukens, bureaus, slaapbarakken voor officieren, een regimentsbureau, kantines, privaten en badloodsen in.

Na de periode der Eerste Wereldoorlog werden deze zaken gebruikt ten behoeve van herhalingsoefeningen van het Regiment GrLagerplaats jaren zestigenadiers en het Regiment Jagers, 5 en 16 RI. Tijdens de zomermaanden kwam vanaf 1922 ook de Kaderlandstorm de een maand durende zomeroefeningen hier houden.

Dienstplichtigen, die voor hun eerste oefening onder de wapens waren in Naarden, oefenden op de legerplaats bij het daar gelegerde artillerieonderdeel. Dat waren, naarmate de tijd verstreek, het Eerste Regiment Vestingartillerie, Eerste Regiment Onbereden Artillerie, Regiment Motorartillerie en het Negende Regiment Motorartillerie.

In deze periode werd het eerste stenen gebouw aangelegd, gebouw 25, direct bij de oudste ingang van de legerplaats gelegen en bestemd voor het opbergen van vuurmonden. Later was het in gebruik als reproductiecentrum (doka wzz).

Tweede Wereldoorlog en daarna

Vanaf 1 april 1938 werd de Kadercompagnie, het latere Kaderbataljon, onder leiding van luitenant-kolonel S. Veldmeijer, opgericht. Deze compagnie nam het barakkenkamp op de legerplaats permanent in gebruik. De Kadercompagnie was belast met de opleiding101 tot beroepsofficier van sergeanten-capitulant.

In de periode 1940-1945 was het kamp de verblijfplaats van steeds wisselende Duitse legeronderdelen en tot 1948 werd het gebruikt als detentiekamp voor NSB'ers. Voor dit laatste doel bouwde men een stenen cellenbarak (op de plaats van de latere parkeerplaats achter de portiersloge) en een houten kerkbarak.

Na 1948 was de legerplaats in gebruik bij eenheden der luchtdoelartillerie, de 101ste Luchtdoelartilleriegroep en herhalingsgr032oepen der lichte luchtdoelartillerie.

Het Depot van het Korps Mobiele Colonnes vestigde zich op 1 april 1956 op de legerplaats, waar zij werd ondergebracht in houten barakken uit oktober 1915. Deze werden pas in de tweede helft van de jaren zestig vervangen door moderne stenen gebouwen met twee verdiepingen en in de plaats van het houten officierenbarak kwam een officiershotel.

In deze periode werden ook de messes voor officieren en onderofficieren en de manschappeneetzaal gemoderniseerd. Uiteindelijk verdwenen met de vervanging van de legeringsgebouwen voor officieren en onderofficieren de laatste barakken uit 1915.

Jaren zestig tot en met tachtig

Ten behoeve van de brandweeropleiding kwam er aan de zuidoostkant van de legerplaats een groot brandweeroefenterrein. Ten behoeve van de reddingdienst bouwde men een oefenrampenplaats, waarop een zbridgeheadogenaamd ruïnedorp.

In een nieuw opgetrokken gebouw was ruimte voor de lessen aan het geneeskundig personeel en de stenen gebouwen 19, 20 en 21, eerder in gebruik bij de Luchtdoelartillerie als mobilisatiebureau, kregen aldus een andere bestemming.

De S4-sector onderging veranderingen doordat er drie houten barakken uit Legerplaats Nunspeet werden overgebracht, vanwaar de uitreiking van kleding en uitrusting aan het personeel plaatsvond.

In de loop der tijd werden de diverse onderdelen samengetrokken waardoor de bomvrije kelders in Muiden ontruimd konden worden en maakte men een aanvang met de bouw van het bureaugebouw voor de commandant en staf van het Depot met een vleugel voor de legering van onderofficieren.

In 1969 tenslotte kwam er ten behoeve van de Staf van het Korps een tweede vleugel aan het bureaugebouw.

Latere periode

De bekende kolonel Palmkazerne is ten westen van Legerplaats Crailo gelegen. De Legerplaats, in totaal 40 hectare groot,  werd, zoals zoveel andere militaire terreinen, in de loop der tijd buiten werking gesteld en is tegenwoordig in eigendom bij de Provincie Noord-Holland, die er een asielzoekerscentrum vestigde.

Recent was sprake van een bestemmingsplan voor de voormalige Legerplaats Crailo, dat voorzag in woningbouw en een bedrijventerrein maar door de migrantencrisis is dit buiten werking gesteld en werd de capaciteit ten aanzien van asielzoekers vergroot. Op het rampenoefenterrein werd een aantal malen Bussum Bridgehead gehouden.

Zie ook

Legerplaats Crailo

  

Palmkazerne

f t