Franse Kamp 222

Het fotoalbum kunt u hier inzien

Inleiding

De Nieuwe Hollandse Waterlinie was een gebied waarmee het westen van Nederland zich na de Napoleontische tijd dacht te beschermen tegen invallen vanuit het oosten.

Omstreeks 1870 werden er op twee kilometer afstand van de Vesting Naarden versterkingen aangelegd, het "Offensief van Naarden". Dit offensief bestond uit vijf werken, waarvan ForBunker type It Werk IV nog bestaat.

In de periode tussen 1915 en 1918 werd een infanteriestelling, bestaande uit 59 bunkers, aangelegd op het terrein "De Fransche Kamp", aan de rand van Hilversum (onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie).

De stelling diende tot bescherming van het Offensief en de Vesting van Naarden.  Indien het veldleger zich onverhoopt terug moest trekken dan kon zij in de stelling bescherming vinden.

De infanteriestelling zou gaan bestaan uit twee achter elkaar gelegen loopgraven (nooit gebouwd), die met elkaar verbonden zouden worden door verbindingsloopgraven (die ook nooit gebouwd werden). De bunkers waren oorspronkelijk gebouwd als tijdelijke aarden veldversterkingen, met balken als schuilplaatsen en een gronddekking.

Beschrijving en soorten bunkers

De wanden en het dak waren 1.25 meter breed, zodat het gebouw bestand was tegen bominslagen. Er waren drie typen, als beschreven door D. Koen, namelijk 1918 I, II eBunker type IIn O. De ingangszijde (achterkant) lag meestal in noordelijke of noord-westelijke richting.

Op het terrein zelf liggen de bunkers als volgt verspreid:  op het terrein van de voormalige Kamphoeve liggen twee grote (type II) en zes kleine (type I) bunkers, op en bij het trimparcours tien kleine (type I), vijf grote (type II) en een bunker met een afwijkend formaat, en op het terrein van de Franse Kamp zelf dertien grote (type II) en en tweeëntwintig kleine (type I). De bunkers van type I (de kleine) lagen in de voVersterkingsmatorste verdedigingslinie (zuid-oostelijk gericht) en de grote bunkers (type II) lagen daarachter.

Type I (de kleine bunker) had slechts één ingang en was gemaakt van gewapend beton bestaande uit grof grind met restanten van een bitumenlaag op de schuine vlakken. De bovenzijde mat 5 bij 3.2 meter en liep schuin af naar de voorzijde, zodat granaten zouden afketsen.  De zijkanten en dichte voorkant waren recht; de ingang zelf was 70 tot 78 centimeter breed en is tegenwoordig dichtgemetseld, vaak met rode baksteen.

Type II of de grote bunker was eveneens van gewapend beton met grof grind gemaakt en met resten van bitumen op de schuine vlakken. Aan de dichte zijde was hier een stalen versterkingsmat geplaatst. De bovenzijde mat 9.7 bij 2.6 meter en liep schuin af naar voren, terwijl de front en zijmuren recht waren.

De zijwanden waren ongeveer 1.20 meter dik en de binnenruimte mat omstreeks 7.5 keer 2.50 meter en was stahoog. 

De bunkers werden in 2010 aangemerkt als Rijksmonument en worden tegenwoordig bewoond door legers vleermuizen.

Bronvermelding

  • 2010. K. Oosterom. Beton in de Fransche Kamp. HHT EP. Bladzijde 69-76
  • Het artikel van K. Oosterom
 
 

 

f t