Beumerportret


Vroege jaren

Egbertus Beumer (Uithoorn, 4 december 1878 - Bussum, 11 februari 1934) studeerde theologie aan het seminari Hageveld. Zijn wijding tot priester vond plaats op 15 augustus 1901. Hij werd vervolgens in de functie van kapelaan in Rhenoy, Rossum, Ankeveen en Enschede geplaatst. 

Na een aantal jaren benoemde men hem tot rector in Harreveld, tot rector van een jongensgesticht in Avereest en tot pastoor in IJsselmuiden. In die laatste plaats liet hij een nieuwe kerk bouwen. Beumers aanstelling tot pastoor bij de parochie St. Vitus vond plaats op 8 maart 1921. 

Pastoor bij parochie St. Vitus

In de Parochie St. Vitus volgde Beumer, een persoonlijke vriend van Z.H. Exc. Mgr. Jansen, pastoor van Hinsbergh op. Tijdens de dertien jaar die hierop volgde, tot zijn dood in 1934, bekleedde Beumer de volgende nevenposities:

  • Directeur van kerkelijke instellingen en missiegenootschappen;Vitusjerj klur
  • Voorzitter St. Gerardus Majella Stichting
  • Voorzitter van het zangkoor Laus Deo;
  • Voorzitter van het Universiteitscomité in de St. Vitus Parochie;
  • Erevoorzitter van de R.K. Spaarbank;
  • Geestelijk adviseur van de R.K. Middenstand;
  • Geestelijk adviseur van de R.K. Vrouwenbond;
  • Geestelijk adviseur van "Het Wit-Gele Kruis";
  • Censor van de R.K. Openbare Leeszaal. 

Beumer was zowel de armen als de zakenmensen met raad en daad behulpzaam. Tijdens zijn bewind als pastoor werd de St. Vituskerk gerestaureerd, van gebrandschilderde ramen voorzien en het oude orgel vervangen. Beumer stichtte daarnaast het Noorse Missiehuis, St. Olafshuis genaamd. 

Overlijden en begrafenis

Beumer was omstreeks zes uur in de pastorie met een bezoeker in gesprek toen hij onverwachts op de grond viel en overleed. Hij werd 56 jaar. Kapelaan J.A. Schinkel diende hem direct daarop het H. Oliesel toe.Beumer Het stoffelijk overschot van Beumer werd opgebaard in de pastorie. 

De burgemeester van Bussum, H. de Bordes, reageerde geschokt.

Hij zei onder meer: "Door een plotseling sterfgeval in eigen omgeving stemt de Majesteit van de dood ons toch telkens opnieuw tot hoge ernst en worden wij weer op aangrijpende wijze aan de broosheid van het leven herinnerd."

Later werd de kist naar de St. Vituskerk overgebracht, waar men de Metten en Lauden zong. Hierop volgend droeg een geestelijke de plechtige Requiem-mis op.  Beumer werd op 15 februari op de R.K. begraafplaats St. Vitus begraven. 

Zijn graf ligt tegenover dat van Frederik van Eeden, de schrijver en stichter van Walden, in wiens bekering tot het katholicisme hij een grote rol speelde. 

f t