P1370085


Inleiding

Adrianus Jacobus Helmig van der Vegt (Amsterdam, 20 augustus 1856 - Bussum, 9 januari 1902) was de zoon van Adrianus Helmig van der Vegt en Henriette Jacoba de Boer. Hij was getrouwd (1886) met Cornelia Elisabeth Schultz (1858-1936). Zijn broer was Henri Helmig van der Vegt, directeur van de Amsterdamse Voorschotbank.

Helmig van der Vegt volgde de geneeskunde-opleiding bij de Militaire Geneeskundige Dienst en behaalde in 1877 het eerste gedeelte van het natuurkundig examen. In december 1883 studeerde hij, na het voltooiien van zijn theoretisch arts-examen en inmiddels kandidaat-arts, af aan de Universiteit in Amsterdam. Helmig van der Vegt was gedurende deze periode actief als tweede, later eerste luitenant bij de hoofdstedelijke schutterij. 

Huisarts in Rhenen en Bussum

Helmig van der Vegt werd in januari 1886 tijdens een zitting van de gemeenteraad benoemd tot gemeentearts in Dubbeldam. Daar zou hij de overleden geneesheer Giltay gaan vervangen.

Hij bedankte echter voor deze benoeming en koos in plaats daarvan voor de functie van genees- heel- en verloskundige in Rhenen, als opvolger van dr. P. Boodt. Helmig van der Vegt redde in Rhenen onder meer het leven van een jongetje dat in 1888 werd overreden door een tram.

In 1893 verhuisde Helmig van der Vegt naar Bussum om daar gemeentearts te worden. Hij bleef in Bussum werkzaam tot zijn dood in 1902. In Bussum vestigde hij zich eerst in villa "Klein Delta" (gebouwd in 1877), gelegen aan de Graaf Wichmanlaan en vanaf 1895 hield hij praktijk in de dan nieuw gebouwde villa "De Werve", eveneens gelegen aan de Graaf Wichmanlaan.  

Naast zijn drukke praktijk was Helmich van der Vegt mede betrokken bij de oprichting van meerdere verenigingen "tot nut en ontspanning."  In zijn positie als arts hadden met name kinderen zijn aandacht. Een van de zinnen die hij vaak uitte was: "Als ik een kind zijn leed kan verzachten, dan ben ik zo dankbaar dat ik medicus ben geworden." Zijns inziens diende een patiënt boven alles te worden opgebeurd. 

Bij verdachte sterfgevallen ontbood men altijd een arts. Zo ook in 1895, toen de echtgenote van landbouwer K. dood gevonden werd. Helmig van der Vegt werd op het sterfhuis geroepen en had dusdanige bedenkingen dat hij adviseerde het lijk naar het Pathologisch Laboratorium in Amsterdam ter nadere sectie te zenden. 

Helmig van der Vegt was zeer geïnteresseerd in het lot der armlastigen in de gemeente, die hij steunde waar hij kon. Mensen konden zich bijvoorbeeld bij zijn huis inschrijven voor de Ziekenbus. 

Helmig van der Vegt en het Koningshuis

Van het Koningshuis bleek hij een grote vereerder. Bij de onthulling van het monument op de Brink (dat deels door hem tot stand was gekomen) in 1898 sprak de Koningin hem vriendelijk toe. De tranen stroomden toen over zijn wangen. Wilhelminafontein

Toen de Koninginnen (Wilhelmina en Emma) in 1900 Bussum andermaal een bezoek brachten meldde Helmig van der Vegt hen over het monument:

"De hardstenen zuil is het symbool van de standvastige liefde en trouw van de Nederlandse burgerij aan het Huis van Oranje, die de duur der eeuwen zal kunnen doorstaan. De Oranjeboom strengelt zich daaromheen. 

Tussen zijn bladen en vruchten prijken de wapens van René de Châlon, graaf van Nassau en Prins van Oranje, Prins Willem I, Prins Willem III, het Huis van Nassau Diets, Koning Willem I als soeverein Vorst der Verenigde Nederlanden, het wapen van U, Koningin Wilhelmina, het wapen van Bussum en dat van de Provincie. 

Het geheel is gekroond door een Koninklijke Kroon. Bij dit monument, Uwer Majesteit, hebben wij trouw gezworen aan U tot in de dood en hebben wij God gebeden U jaren te sparen tot heil van het lieve vaderland."

Helmig van der Vegt was daarnaast een groot bewonderaar van Napoleon. In zijn woning in 't Spiegel was een salon gevuld met herinneringen aan de Keizer. 

Verenigingen, commissies en nevenfuncties

Helmig van der Vegt had vele nevenfuncties, zowel in Rhenen als in Bussum:

  • Reserve-officier van Gezondheid der tweede klasse (1891-1896)
  • Voorzitter plaatselijke schoolcommissie
  • Voorzitter Permanente Feestcommissie
  • Erevoorzitter subcommissie voor het nationaal geschenk aan H.M. de Koningin (1900)
  • Voorzitter commissie tot het verbinden van feestelijkheden aan de aldaar te houden wedstrijd  van harmonie- en fanfarekorpsen (1899)
  • Voorzitter van de feestcommissie inhuldiging Koningin Wilhelmina (1898)
  • Bestuurslid van het Nutsdepartement (1894) 
  • Lid van de feestcommissie voor de geboortedag van Prinses Wilhelmina in Rhenen (1889)
  • Lid commissie van voorbereiding voor een tentoonstelling van eigen gekweekte planten (1888)
  • Lid commissie ter viering van de voltooiing van de Oosterstoomtramweg (1887)

Overlijden en uitvaart 

Helmig van der Vegt overleed na een kort ziekbed te Bussum op 45-jarige leeftijd. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Bussum. Op en rond zijn kist lagen meer dan 32 bloemstukken. Bij de groeve werd onder meer het woord gevoerd door burgemeester jhr. van Suchtelen van de Haare

De overledene was, zoals eerder geschreven, lid geweest van vele verenigingen en commissies. Daarom werd er namens diverse vertegenwoordigers, van de sociëteit "Onder Ons" en en de commissie voor toezicht op het lager onderwijs, bij het graf gesproken.  

Na de begrafenis brachten de nabestaanden de gehele nalatenschap van Helmig van der Vegt op 6 maart 1902 in het concertgebouw Concordia bij openbare verkoping te gelde.

Datzelfde lot trof zijn villa "De Werve".  Dit huis werd na zijn dood in een openbare verkoping van de hand gedaan en later hernoemd in villa "De Eekhof". 

Monument op het graf

Na de dood van Helmig van der Vegt werd een commissie gevormd onder voorzitterschap van Suchtelen van de Haare. Doel van de commissie was op het graf een gedenkteken te plaatsen. Dit moest dienen tot blijvende P1370089 herinnering aan de achting en sympathie die Helmig van der Vegt in ruime mate had genoten. 

Zowel patiënten als andere ingezetenen van Bussum deden een bijdrage tot realisatie van het monument. Een tijdje na de uitvaart werd aldus op het graf het kunstwerk, ontworpen door G.A.P. de Kort, geplaatst.

Het monument was uit hardsteen gehouwen en behelsde een voetstuk met in reliëf de emblemen der geneeskunde. Hierop stond een afgeknotte pyramide met aan drie zijden een marmeren plaat. 

Op de voorzijde stond de inscriptie: "Met dankbaarheid  door patiënten en vrienden gewijd aan de nagedachtenis van A.J. Helmig van der Vegt, arts. Na een leven van dienende liefde is het sterven een eervol ontslag."

Op het linkerpaneel kon men lezen: "Geboren te Amsterdam 20 augustus 1856." En het rechterpaneel meldde: "Overleden te Bussum, 9 januari 1902." Het geheel werd met een achthoekige koepelvorm afgedekt. Na haar overlijden in 1936 werden ook de gegevens van de echtgenote van Helmig van der Vegt toegevoegd. 

f t